€ 15.000,00
Deze handgebouwde barokaltviool is geïnspireerd op een zeldzame 17e-eeuwse altviool van Jacobus Stainer, gebaseerd op het oorspronkelijke instrument dat tegenwoordig wordt bewaard in The Metropolitan Museum of Art in New York.
Geworteld in de Tiroolse traditie volgt dit instrument de historische uitgangspunten van het origineel, terwijl het tegelijkertijd ruimte biedt voor een eigen interpretatie, ontstaan uit studie, ervaring en vakmanschap.
Dit model is gebaseerd op een Jacobus Stainer-altviool uit circa 1660, gebouwd in Absam, Tirol.
Waar veel historische altviolen in de eeuwen daarna werden versmald of verkleind om beter aan te sluiten bij veranderende muzikale voorkeuren, is dit een van de weinige bewaard gebleven instrumenten dat zijn oorspronkelijke afmetingen heeft behouden. Hierdoor biedt het een bijzonder waardevolle blik op de klankwereld van de zeventiende eeuw.
Kenmerkend voor dit model zijn de diepe ribben en de royale klankkast, eigenschappen die bewust zijn overgenomen vanwege hun grote invloed op het karakter van het instrument.
Ook het achterblad vertelt een eigen verhaal. Het is vervaardigd uit esdoorn afkomstig van een omgewaaide boom, gezaagd door een lokale meubelmaker uit Purmerend. Doordat de stam langere tijd buiten heeft gelegen voordat hij werd verwerkt, ontstonden natuurlijke mineraalafzettingen die het hout een uniek uiterlijk geven.
Hoewel het instrument sterk geworteld is in de historische traditie, zijn de klankgaten een origineel ontwerp van Eveldt. In hun vorm zijn subtiele vogelhoofdjes verwerkt: een bescheiden signatuur die het instrument een eigen identiteit geeft.
Deze altviool is volledig met de hand gebouwd volgens traditionele baroktechnieken, zonder moderne concessies.
De constructie volgt historische principes, met voortdurende aandacht voor resonantie, stabiliteit en speelcomfort.
De toets is vervaardigd uit fijnspar, gefineerd met esdoorn, geheel volgens de traditionele bouwwijze van barokinstrumenten.
Deze combinatie zorgt voor:
De hals is gebaseerd op een Jacobus Stainer-viool uit 1679. Dankzij het relatief slanke profiel blijft de altviool verrassend comfortabel bespeelbaar, ondanks haar royale afmetingen.
De stempennen zijn volledig met de hand vervaardigd door Elise uit Frans palmhout, naar eigen ontwerp en passend bij de historische uitstraling van het instrument.
De altviool is afgewerkt met een blonde barnsteen-olielak.
Deze lak:
Deze altviool bezit een brede, dragende klank met een uitzonderlijke diepte.
Kenmerkend zijn:
Door de uitzonderlijk diepe klankkast doet de klank geregeld denken aan die van een kleine cello. Het instrument heeft daardoor een eigen stem die krachtig aanwezig is zonder de balans van het ensemble te verstoren.
Deze altviool is bijzonder geschikt voor:
Het instrument komt vooral tot zijn recht binnen ensembles waar historische nauwkeurigheid een belangrijk uitgangspunt vormt.
Oorspronkelijke barokaltviolen van dit formaat worden tegenwoordig nog maar zelden gebouwd. De beperkte vraag zorgt ervoor dat veel bouwers kiezen voor kleinere en praktischere modellen. Voor dit instrument is bewust een andere keuze gemaakt.
De welving van het achterblad is een origineel ontwerp van Eveldt. In combinatie met de uitzonderlijk diepe ribben ontstaat een grote luchtinhoud, die in belangrijke mate verantwoordelijk is voor de warme, diepe en dragende klank van het instrument.
Ook de keuze van het hout was bewust. In plaats van de delen zonder karakter te selecteren, zijn juist de stukken gebruikt waarin de natuur haar sporen heeft achtergelaten. Daarmee wil ik laten zien dat schoonheid niet uitsluitend ontstaat uit perfect materiaal, maar vooral uit het vakmanschap waarmee dat materiaal wordt verwerkt.
Deze altviool weerspiegelt mijn overtuiging dat historische vioolbouw geworteld moet blijven in traditie, terwijl er tegelijkertijd ruimte mag zijn voor een eigen, doordachte interpretatie.